De verkiezingsstrijd is volop bezig en het provinciale politieke seizoen lijkt afgelopen, maar als het om bouwen in landelijk gebied gaat, wilt D66 de besluitvorming duidelijk en het proces correct laten verlopen. Daarom heeft de D66 fractie naar aanleiding van een besluit van het college van gedeputeerde staten (GS) op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van Provinciale Staten van Noord-Holland een aantal vragen gesteld.
Inleiding
Op 1 februari heeft het college besloten dat nut en noodzaak van de woningbouwlocatie Westerdel (Langedijk) in voldoende mate zijn aangetoond met de volgende argumentatie, dat:
a. de woningbehoefte over de periode 1-1-2010 tot 1-1-2020 ca 1400 woningen bedraagt
b. de woningbouwcapaciteit binnen bestaand bebouwd gebied in Langedijk maximaal 700 woningen bedraagt
c. de maximale woningbouwcapaciteit in het bestemmingsplan Westerdel 700 woningen bedraagt.
Het ontheffingsverzoek op grond van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS) voor het bestemmingsplan Westerdel zal voorgelegd worden aan de Adviescommissie Ruimtelijke Ordening (ARO) voor advies over de ruimtelijke kwaliteit. En dit advies komt dan vervolgens ter informatie naar de statencommissie ROG waarna een definitief besluit genomen kan worden over het ontheffingsverzoek.
Overwegingen
Het principe van de provinciale structuurvisie is, dat buiten bestaand bebouwd gebied een bestemmingsplan niet in woningbouw voorziet. Dat de bedoeling hiervan is om eerst alle mogelijkheden voor aanvullende woningbouw binnen bestaand gebied te benutten. Dat er pas ontheffing verleend kan worden na aangetoond nut en noodzaak - waarbij een regionale woningbehoefte zoals vastgesteld in een Regionaal Actie Programma (RAP) een essentieel onderdeel uitmaakt. Dat vervolgens advies gevraagd wordt aan de ARO voor de kwalitatieve vraag van de inpassing. Dat daarna GS provinciale staten (PS) om instemming vragen met het besluit.
Art 13 lid 3 van de provinciale verordening met artikel 13 lid 4 c aangeeft dat ontheffing alleen te verlenen is wanneer GS de regionale actieprogramma’s hebben vastgesteld. Dat de RAP voor de regio Alkmaar niet gereed is.
Dat de behandeling van de partiële herziening van de provinciale structuurvisie een gelegenheid was voor dit college van GS om de status van dit gebied aan de orde te stellen.
Vragen
D66 heeft naar aanleiding van het GS besluit ten aanzien van de prealabele vraag aangaande bouwlocatie Westerdel de volgende vragen:
1. Is GS van mening dat de besluitvorming in overeenstemming is met in de provinciale structuurvisie overeengekomen procedure over woningbouw buiten het bestaand bebouwd gebied ?
2. Kan GS gedetailleerd aangeven wat de binnenstedelijke capaciteit is in Langedijk inclusief alle kleine locaties en projecten van minder dan tien woningen sinds 1-1-2010 en mogelijke locaties voor stedelijke verdichting?
3. Kan GS aangeven wat de regionale woningbehoefte aan nieuwbouw is zoals vastgelegd in het RAP en wat het aandeel van Langedijk daarin is?
4. Zo nee, kan GS aangeven wanneer het RAP wordt vastgesteld?
5. Is GS met D66 van mening dat het RAP moet worden afgewacht voordat akkoord gegaan kan worden met een prealabele vraag over nut en noodzaak?
6. Indien de besluitvorming niet volgens de in de provinciale structuurvisie overeengekomen procedure gaat, wat is de urgentie van deze aanvraag om de betreffende besluitvorming in GS nu te doen?
7. Is GS met D66 van mening dat niet meer gebied voor woningbouw buiten het bestaand bebouwd gebied moet worden toegestaan dan noodzakelijk voor de komende 10 jaar?
8 Indien mocht blijken dat Westerdel een noodzakelijke locatie is, dat GS niet meer woningbouw toestaat dan noodzakelijk voor de komende 10 jaar?